Beeldzorg en een potje bingo

Goedemorgen meneer De Vries, hoe is het met u vandaag? Heeft u goed geslapen?” Verzorgende IG Lenie zit achter de laptop op kantoor, meneer De Vries thuis aan tafel met de tablet van Compaan. “Heeft u uw medicatie al genomen?” Op afstand kijkt Lenie mee, terwijl meneer De Vries zijn medicijnen uit de Medido pakt.  

Zorg op maat  
“Voor steeds meer cliënten in de thuiszorg zetten we beeldzorg in”, legt verpleegkundige Ellen uit. “Met een speciaal team bieden we zorg, begeleiding en ondersteuning aan mensen thuis, maar dan via een beeldscherm. We begeleiden mensen bijvoorbeeld bij het innemen van hun medicatie. Ook ondersteunen we bij de dagstructuur en dagelijkse verzorging.” 

“Vooraf had ik wel wat twijfels”, bekent Ellen. “Ik dacht: wordt de zorg zo niet onpersoonlijker? Maar ik merkte al snel: je hebt een ander contact, via beeld, maar nét zo persoonlijk.” “En de cliënten zijn heel enthousiast”, vervolgt Lenie. “Bijvoorbeeld een mevrouw die vooraf dacht: kan ik dit wel, met zo’n tablet? Maar de Compaan werkt heel makkelijk. En ze doet het geweldig! Elke avond zit ze klaar voor de zorg en een praatje.” “We krijgen steeds meer cliënten” Het beeldzorgteam van Kennemerhart is zeven dagen actief, zowel ’s ochtends als ’s avonds. “We krijgen steeds meer cliënten. Sommigen in combinatie met fysieke zorg aan huis. Andere cliënten krijgen alleen beeldzorg”, aldus Ellen. “Daarbij leveren we zorg op maat, met alle tijd en rust voor de cliënt. Want we hebben nu geen reistijd meer.” 

Altijd op tijd 
Een ander voordeel is dat cliënten meer eigen regie ervaren. Lenie: “Cliënten weten nu precies wanneer ze ons spreken. Ze hoeven niet te wachten op collega’s die onderweg zijn.” Ellen: “Dat is onder meer fijn voor mensen die op een vast tijdstip insuline nodig hebben. Wij kunnen hen daarbij via beeld begeleiden.” Ook naasten zijn blij met beeldzorg. “Via een familieportaal kunnen zij beeldbellen, afspraken in de agenda zetten en foto’s of berichtjes sturen. Dat zorgt voor een andere manier van contact,” vertelt Lenie. “Er is ook een wekelijkse bingo waaraan cliënten kunnen meedoen. Laatst zei een meneer: ‘Vrijdag ga ik meedoen!’ Leuk toch?” Ook voor Lenie zelf is beeldzorg een uitkomst. “Door fysieke problemen ga ik het werk in de wijk – bij mensen thuis – niet volhouden tot mijn pensioen. Dankzij het beeldzorgteam kan ik toch blijven doen wat ik het liefst doe: mensen zorg bieden.”  

Waarom Marcia de carrièreswitch maakte naar verzorgende in de wijk bij Kennemerhart

In mei 2019 startte de Marcia de opleiding ‘zij-instromer in de zorg’. Inmiddels draait ze mee als gediplomeerd wijkverzorgende IG met wijkteam De Duinrand. Ze voelt zich er als een vis in de Zandvoortse zee en heeft nog geen moment spijt gehad van haar overstap. 

Liefde voor de ouderen(zorg)
‘Omdat ik het van jongs af aan al leuk vind met ouderen om te gaan zeiden mijn zusjes wel eens voor de grap ‘Marcia, je moet een oudere in huis nemen, daar word je blij van!’ Tijdens en ook na mijn HBO-opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening had ik dan ook met plezier een bijbaan als voedingsassistent. Hier ontstond mijn liefde voor de ouderenzorg. Daarom ging ik op zoek naar een professionele overstap naar de ouderenzorg.

De welzijnskant leek me het leukst. Het simpelweg blij maken van ouderen. Hun geluk vind ik ontzettend belangrijk. Zij hebben hun best gedaan voor ons en ik kan mij inzetten voor hun geluk om prettig oud te worden. En zo kwam ik begin 2019 terecht op een informatiebijeenkomst over zij-instromen in de zorg. Al op de fiets terug naar huis, besloot ik mijn baan op te zeggen en voor de opleiding te gaan.

De opleiding
Het begin van de opleiding was best wennen. Vanaf dag één draaide ik volop mee en dat was voor mij als theoreticus even schakelen. Ook het leren van verpleegtechnische handelingen, zoals katheteriseren, blaas spoelen en insuline prikken was totaal nieuw. Ik merkte echter al gauw dat niet alleen de welzijnskant me goed lag, maar óók de zorgkant. Wat ik tijdens de opleiding wél jammer vond, was dat het zorgtekort invloed heeft op het begeleiden van leerlingen. En de komst van corona hielp natuurlijk niet. Aan de andere kant kreeg ik de gelegenheid om al gauw iets te kunnen betekenen voor cliënten en collega’s. Dat gevoel heeft bij mij altijd de boventoon gevoerd en in februari 2021 kreeg ik mijn zorgdiploma. Vol passie ben ik dus de zorg ingestapt en die passie heeft me niet meer verlaten.

Thuis in de wijkverpleging
Afgelopen jaar startte ik in de wijkverpleging. Geen bewuste keuze, maar wél het gevolg van een aantal fijne gesprekken met Kennemerhart die me deden besluiten voor deze organisatie en voor de wijkverpleging te gaan. Het is een juiste stap geweest en ik voel me er thuis. Ons wijkteam, allemaal fijne professionals, bestaat uit twee wijkverpleegkundigen, een leerling verpleegkunde niveau 4 een leerling verzorgende IG en zo’n acht verzorgenden. Samen zorgen we voor zo’n 40 thuiswonende cliënten. De werkzaamheden variëren per cliënt. Van steunkousen helpen aantrekken, tot het geven van medicatie, verpleegtechnische handelingen, het voorbereiden van eten, het helpen met douchen en het klaarmaken voor de nacht. Heel belangrijk is de signaalfunctie. Je moet goed kunnen inschatten wanneer er meer of andere hulp of zorg nodig is. Op het juiste moment schakelen, rapporteren en ook goed kunnen overdragen zijn bijvoorbeeld kanten van het zorgvak waar je misschien niet direct aan denkt als je voor dit beroep kiest. Net als de sociale functie rondom het contact met de cliënt, de familie, de mantelzorgers en de omgeving.

Het uitgangspunt is altijd zelfredzaamheid. En cliënten ontzorgen als het zelf niet meer lukt. Ik vind het fijn om te helpen door bijvoorbeeld een afspraak te maken met de pedicure of door medicatie te bestellen. En als er tijd is drink ik graag samen een kopje koffie, want zo leer je elkaar nog beter kennen. Een belangrijke factor voor geluk is eigenwaarde, die probeer ik – en wij als team – altijd centraal te stellen. Net als een beetje humor op z’n tijd én het behouden van de eigen regie. Als ik iemand kan helpen om zich goed te voelen door te douchen, kleding uit te zoeken en het haar te föhnen of te vlechten zijn dat niet alleen mooie momenten voor de cliënt, maar net zo goed voor mij. Ik fiets dan met een grote glimlach door naar de volgende cliënt. Ook als iemand met dementie tóch mijn naam weet word ik blij. Of als ik iemand een beetje heb kunnen opvrolijken. De thuiszorg is dus zoveel meer is dan pillen verstrekken en mensen wassen…Ook de palliatieve zorg hoort erbij. Ik vind het heel mooi om ook daar onderdeel van te zijn. Om mensen het zo comfortabel mogelijk te maken als hun leven ten einde loopt.

Een frisse blik op de ouderenzorg
Overall kan ik na bijna drie jaar in de zorg zeggen dat het écht niet allemaal koek en ei is. Maar dat er ook veel is om van te genieten. En dat het absoluut loont en noodzakelijk is om die zorg blijvend te verbeteren. Met elkaar maar ook individueel. Een houding van ‘zo is het nu eenmaal, zo gaat het al jaren’ is in niemands belang. Wat de ervaren zorgmedewerkers zich niet altijd realiseren, is dat ze een onbetaalbare schat aan kennis en ervaring met zich meedragen. Heel belangrijk om door te geven aan nieuwkomers in de zorg. Zij-instromers die heel bewust kiezen voor de zorg, met vaak al ruime werkervaring vanuit een ander beroep, een nieuwe inbreng en een frisse blik, kunnen hier denk ik een waardevolle bijdrage aan leveren!

Van tandartsassistente naar Verzorgende IG bij Kennemerhart

Debby begon in 2017 als vrijwilligster bij woonzorglocatie Overspaarne van Kennemerhart waar mensen wonen met (vergevorderde) dementie. Ze verloor haar hart aan de bewoners en besloot zich te laten omscholen van tandartsassistente tot Verzorgende IG. Mét de voorwaarde dat ze mocht blijven zorgen voor ‘haar’ bewoners in Overspaarne. En dat kon gelukkig!

 

Debby: ‘Jaren zorgde ik voor mijn zieke vader en zo leerde ik mijn zorghart kennen. Na zijn overlijden en de geboorte van mijn dochter wilde ik wat om handen hebben. Drie keer per week ging ik naar Overspaarne, om samen met een bewoonster Zweedse kruiswoordpuzzels te maken. Hoewel ze de antwoorden vaak wel wist, kon ze deze niet meer invullen. Ik ging steeds meer doen. Zoals koffieschenken en  wandelen met bewoners. En ik verloor mijn hart aan hen en aan de collega’s die ik hier ontmoette. Ik kreeg een contract als Helpende niveau 1. Voor mij was dat ideaal om te ontdekken of ik verder wilde in de zorg. En zo rolde ik de opleiding voor Verzorgende IG in. Het is een BBL opleiding. Dat betekent dat ik nu als leerling een vast contract heb van 27 uur waarvan ik één dag per week naar het NOVA college ga.

Geen dag hetzelfde
Ik werk op een afdeling met zware PG problematiek (vergevorderde dementie). Voor mij is dat een bewuste keuze. Er is niets mooiers dan als ik bewoners aan het lachen krijg. En als er verdriet of boosheid is, probeer ik erachter te komen waarom dat zo is. Soms komt het door pijn, zoals een blaasontsteking. En dan kan medicatie helpen. Of er speelt wat uit het verleden. Er is bijvoorbeeld een mevrouw die soms met dingen gooit. Dat komt omdat ze vroeger een ernstig ongeluk heeft meegemaakt en dat beleeft ze elke keer weer. Door een arm om haar heen te slaan of haar hand te pakken, wordt ze vaak weer rustig. Betuttelen of bewoners als kleine kinderen behandelen doe ik nooit. Bewoners voelen haarfijn aan als je ze niet serieus neemt. Probleemgedrag komt ook voor. De trainingen, bijvoorbeeld omgaan met agressie, vind ik heel interessant. Toen ik net startte, was er een nogal forse dame die haar servet opat. Ik vond het best intimiderend en dacht even ‘waar ben ik beland?’. Ik durfde de servet niet uit haar mond te halen. En vond het heel spannend toen ik haar even later ging helpen met douchen. Al gauw bleek dat ze echt enorm lief en zachtaardig was. Ze kan alleen niet meer praten en dat is voor haar frustrerend. Dat snap ik heel goed.

Elke dag is anders. Want we bewegen met de bewoners mee. Soms is iedereen al om 9 uur op. En soms druppelen pas rond 12 uur de eerste bewoners de huiskamer binnen. Van de lunch maak ik altijd een feestje. Met een lekkere uitsmijter, of een tosti en een fruitschaaltje. In de middag gaan sommige bewoners rusten. Anderen vinden het leuk om mee te doen met een welzijnsactiviteit, of ze gaan mee naar buiten. Zoals bewoonster Annie die graag mee gaat om te wandelen met één van mijn vier hondjes. Omdat ik om de hoek woon, haal ik er vaak eentje op. Toen ik een nestje had vonden bewoners dat ook heel leuk!

Spijt
Ik heb spijt dat ik niet 20 jaar eerder begonnen ben met dit werk. Ik ben er zo aan verknocht, dat ik tijdens vakanties ook vaak aan bewoners denk, hoe het met ze gaat. Soms is het schrikken bij terugkomst. Dan merk je hoe snel mensen achteruit kunnen gaan. Vooral corona heeft een grote impact. Laatst overleed een bewoner, een leuke man die helaas door corona geveld werd.  Hij noemde mij nooit Debby maar altijd bij de naam van zijn dochter. Mijn collega’s gingen me ook zo noemen. Ik ben naar zijn begrafenis geweest en ben die avond bewust hard gaan sporten om mijn gedachten te verzetten. Mijn elfjarige dochter snapte er niets van want normaal ga ik nooit ’s avonds naar de sportschool. De volgende dag was ik weer Debby voor iedereen. Ik moest echt even de knop omzetten, want zijn overlijden had me diep geraakt. Als ik na een werkdag naar huis ga, en ik krijg een handkus, of iemand zwaait me na, dan voel ik me goed. Ook de vraag ‘ga je nu al weg?’ aan het einde van mijn dienst betekent voor mij dat ik het goed heb gedaan. En als ik met collega’s de dag goed afsluit, ga ik met een grote glimlach naar huis.

Mijn advies aan mensen die twijfelen of de zorg iets voor hen is? Kom langs om sfeer te proeven. En luister naar je hart! Wil je net als ik op een PG afdeling gaan werken? Vraag je dan af of je voldoende feeling hebt met deze groep mensen. Want bewoners voelen aan of je er echt voor ze bent. Dat stukje gevoel is vaak het laatste dat ze nog hebben. Dat de zorg niet het best betaalde beroep is weet ik als geen ander. In vergelijking met mijn vorige baan als tandartsassistente heb ik moeten inleveren. Maar mijn hart ligt hier, in Overspaarne. En daar kan wat mij betreft geen geld tegenop!

Gaasje, pleister en een praatje

Kennemerhart biedt thuiszorg aan ruim vierhonderd cliënten. We liepen een avond mee in de wijk Sinnevelt-Schoten. “In mijn werk houd ik altijd in gedachten: onze cliënten zijn iemands ouder, partner of naaste. Ook die moeten we betrekken”, aldus verzorgende IG Karen.

Goedenavond, mevrouw Bosman.” Karen stapt de woonkamer in van Ans Bosman-Zwijnenberg (69). “Hoe is het met u vandaag?” Al jarenlang is mevrouw Bosman cliënt van Kennemerhart. “In 2014 heb ik mijn rug gebroken bij een simpele val. Sindsdien ben afhankelijk van de rolstoel. Daarnaast heb ik voor één procent zicht. Eens per week krijg ik vier uur individuele begeleiding van Liesbeth, een medewerker van Kennemerhart. Zij is mijn ogen en helpt me met de administratie. Verder doe ik TOP-fit bij Schoterhof. Dat is fitness onder leiding van een fysiotherapeut.” Ook komt thuiszorgteam Sinnevelt-Schoten elke ochtend en avond langs. Vanavond is het Karen die mevrouw Bosman ondersteunt met verschillende handelingen die ze niet zelf kan. Zo legt Karen onder andere de medicatie klaar op drie bordjes. Eén voor later vanavond, één voor morgenochtend zeven uur en één voor morgenochtend acht uur. “Is er in het verhaal ook ruimte voor een kritische noot?“, vraagt mevrouw Bosman. “Ik vind dat ze in de thuiszorg heel hard moeten werken en er zijn best veel invallers. Maar op zich is dat niet erg, want ik controleer toch mijn eigen medicatie. Ik wil zo zelfstandig mogelijk blijven.” “Eigen regie is heel belangrijk“, beaamt Karen. “Voor cliënten, maar ook voor mij. Daarom vind ik werken in de thuiszorg zo leuk. Ik heb hier veel zelfstandigheid.

Goede genezing
Even later belt Karen aan bij het volgende huis. “Deze meneer is sinds kort in zorg. Zelf ben ik hier nog niet geweest.” Een vrolijke man doet open. “Dag, meneer Wesseling. Ik ben Karen. Ik kom u vanavond helpen.” “Kom binnen!“, zegt de 87-jarige Haarlemmer, die nooit eerder thuiszorg nodig had. “Ik kan alles nog zelf. Ik kook, ik wandel veel. Nou ja, alleen nu even niet. Laatst ben ik uit bed gevallen. Mijn lichaam is flink gekneusd. En ik heb deze wond.” Hij wijst naar zijn rechterelleboog. Karen informeert hoe het met hem gaat. Dan pakt ze haar telefoon. “In het Elektronisch Cliëntendossier check ik altijd het zorgplan en wat mijn collega’s hebben geschreven. Eens kijken… Betadinegaas vervangen en afdekken“, leest ze. “Prima, gaan we doen.” Eerst spoelt Karen de wond uit onder de kraan. “Hoe ziet het eruit?“, vraagt meneer Wesseling. “Heel mooi. De wond geneest prachtig.” “Kan ik morgen weer douchen? Dat zou lekker zijn.” “Dat kan.” Karen geeft wat tips om op een verantwoorde manier te douchen. Dan is het tijd om de wond te verbinden. “Ik wil mijn schaar desinfecteren. Heeft u toevallig alcohol in huis?” “Ja, bier“, lacht meneer Wesseling. “Maar dat bedoel je vast niet.” Karen vist uit haar mandje een fles desinfectiemiddel. Schaar desinfecteren, knippen en plakken. Even later is de wond weer schoon en netjes verbonden. Dan nog even een praatje en op naar de volgende cliënt. “Tot ziens, meneer Wesseling. En geniet van uw douche!

De warme handen van Jolanda

Overspaarne heeft het Topcare-predicaat, met dank aan de toppers die hier werken. Zoals verzorgende IG Jolanda. “Ik kruip in de huid van bewoners.”

Kennemerhartlocatie Overspaarne is een Topcare-expertisecentrum voor de zorg en behandeling voor mensen met dementie en zeer complex probleemgedrag. “Is iemand onrustig? Dan wil ik weten: wat zit hierachter? Ik kruip in de huid van een bewoner”, vertelt Jolanda. “Ik probeer mee te gaan in iemands belevingswereld. Daarvoor wil ik weten: wat heeft deze bewoner mee gemaakt? Wat zijn iemands hobby’s? Houdt deze bewoner van rock-’n-roll of volksmuziek? Daar kunnen we op inspelen, bijvoorbeeld als de muziektherapeut langskomt met haar gitaar. Of bij de dagelijkse zorg. Zo kwam er een nieuwe bewoonster, die veel heeft meegemaakt in haar leven. Eerst hebben we haar even met rust gelaten, tot ze zich beetje bij beetje wilde laten helpen.” Een ander klein voorbeeld: “Een bewoner deed ‘s avonds thuis altijd de gordijnen dicht en de deur op slot. Dat was hij zo gewend, dus daar gaven wij hem hier ook de ruimte voor.”

Beautydag
Vanuit een onderzoekende houding zoekt Jolanda altijd naar oplossingen. “Zo hebben we een bewoonster die zich moeilijk laat helpen met de dagelijkse verzorging. Toen ze rustig aan de thee zat, zei ik: ‘Van harte, je hebt een prijs gewonnen! Een heerlijke beautydag, met nagels lakken en haren föhnen.’ Ze ging met veel plezier mee. Soms moet de trukendoos open om tot een goed resultaat te komen. Dat doen we altijd in nauw overleg met de familie, en áltijd in het belang van de bewoner.” Om haar werk goed te doen, blijft Jolanda continu leren. “Ik heb laatst een scholing gehad op het gebied van ouderenpsychiatrie. Superinteressant! Ik heb veel opgestoken over verschil lende ziektebeelden. Ook heb ik de scholing gedaan voor KEC-consulent.” KEC staat voor Kennis en Expertise Centrum, een samenwerkingsverband van ouderenzorg organisaties in de regio Kennemerland. “Als consulent kan ik in een ander huis meekijken met het team, om samen tot een oplossing te komen. Bijvoorbeeld bij een casus van onbegrepen gedrag.” Jolanda deelt haar expertise, maar leert ook veel van collega’s om haar heen. “Zo is een collega heel goed in praktische dingen. Bijvoorbeeld: hoe kun je een bewoner verzorgen die de tillift best spannend vindt?” Ervaren en nieuwe medewerkers, leerlingen en stagiairs: iedereen kan van elkaar leren. “En we zijn ook bezig om steeds meer ken nis en kunde uit te wisselen tussen de woonzorg locaties van Kennemerhart.”

Warme handen
Liefdevolle, persoonsgerichte zorg. Een onderzoekende houding. Continu ont wikkelen, leren en expertise delen. Dat is waar Topcare voor staat. En het is –  onbewust – wat Jolanda elke werkdag doet. “Ik heb de wijsheid niet in pacht, hoor. Ik wil gewoon dat bewoners goed verzorgd worden, zoals ik ook voor mijn vader of moeder zou zorgen. Daarom sla ik vaak een arm om bewoners heen die dat fijn vinden. Net zei een bewoon ster nog: ‘Je hebt altijd van die lekkere warme handen.’ Zo laat ik haar voelen: ik ben er voor je.”

Dit is het voor mij!

Haar moeder? Die zou apetrots zijn op Danique. “Dat weet ik wel zeker”, knikt de kersverse verzorgende IG, die onlangs haar diploma haalde. “Want door haar ben ik in de zorg beland.” De 26-jarige Danique zegt het met een lach, maar er zit ook een traan achter. “Mijn moeder is overleden aan een ongeneeslijke hersenziekte. Samen met mijn vader was ik haar mantelzorger. Het gaf me veel voldoening om haar te ondersteunen. Ik dacht: misschien is de zorg iets voor mij.”

Ze verruilde haar baan als assistent-filiaalmanager bij H&M voor een opleiding tot verzorgende IG. “Bij Kennemerhart werd ik aangenomen voor een BBL-traject van achttien maanden. Dan werk je vier dagen in de week en ga je één dag naar school.” Haar betaalde leerwerkplek werd Meerleven in Bennebroek. “De recruiter van Kennemerhart zei: ‘Dat is een locatie die goed bij je past.’ En ze had helemaal gelijk. Meerleven is kleinschalig en huiselijk. Ik voel me hier fijn en veilig. Iedereen in het team leeft met elkaar mee, in goede en slechte tijden. Ook kan ik hier veel leren. Bijvoorbeeld hoe collega’s palliatieve zorg geven. Heel mooi om te zien hoe ze de bewoner en familie ondersteunen in de laatste levensfase.”

Als dochter heeft Danique zelf ervaren hoe waardevol dat is. “Ik ben heel blij dat ik voor de zorg heb gekozen. Dit is het voor mij! In de zorg kun je altijd een uitdaging vinden. Daar houd ik van. Zo wil ik graag doorleren voor verpleegkundige en dat kan bij Kennemerhart. Maar eerst maar eens ervaring opdoen als verzorgende IG!”

“Ik ben hier gelukkig”

Een nieuwe carrière? Die heeft Ilse (38) te danken aan de coronapandemie. “Ik werkte in de horeca, toen in 2020 alles stil kwam te liggen. Ik ging toen nadenken: wil ik dit werk nog wel doen? Toen zag ik een vacature voor zorgassistent bij Huis in de Duinen in Zandvoort. Er stond: ‘Het maakt niet uit of je een zorgdiploma hebt. Als je maar een zorghart hebt.’

”Dat bleek Ilse te hebben. “Ik ben gaan werken op de afdeling voor mensen met dementie. Dat past helemaal bij mij. Ik ben hier gelukkig.” Na een paar maanden kreeg Ilse de kans om de driejarige opleiding tot verzorgende IG te volgen. “Ik ben nu bezig met de laatste loodjes. Geweldig, ik heb zoveel geleerd! Drie jaar geleden had ik nooit kunnen denken dat ik zou kunnen injecteren, of iemand zwachtelen. Ook heb ik veel geleerd over dementie en onbegrepen gedrag. Niet alleen op school, maar ook van collega’s. Die zijn heel betrokken bij mijn leerproces. Vaak zegt een collega: ‘Ilse, wil je meekijken?’ Bijvoorbeeld als het gaat om wondverzorging. Vanuit Kennemerhart wordt ook veel scholing aangeboden. Laatst heb ik nog training gevolgd om collega’s te trainen op het gebied van agressiepreventie. Mooi om mijn kennis zo weer door te geven binnen het team.” Kiezen voor een nieuwe carrière in de zorg? Ilse kan het iedereen aanraden. “Voor mij is dit een waardevol beroep. Je dóét er echt toe voor de bewoners. Als ik ’s ochtends iemand wakker maak die zegt ‘ik ben blij je te zien’, dat is toch prachtig?”

Heb jij, net als Ilse, ook een zorghart? Bekijk dan eens onze vacatures.

Een lach geeft het leven kleur

Wat werken in de zorg zo mooi maakt? “Het contact met de bewoners”, vindt Cyrianne, teambegeleider in Schoterhof. Met een van die bewoners heeft zij een extra bijzondere band.

Sinds vier jaar woont Tinie Terpstra (82) op woonzorglocatie Schoterhof in Haarlem-Noord. “Tinie kent hier iedereen. En iedereen kent Tinie”, vertelt teambegeleider Cyrianne. “Ze zit vaak aan de tafel bij de receptie te kletsen met alle mensen die langskomen.” “Beter dan de hele dag in mijn appartement zitten”, vindt mevrouw Terpstra, die graag Tinie genoemd wordt. Zeker door Cyrianne, met wie ze een warme band heeft. “Je had mijn dochter kunnen zijn.” “Vanaf het eerste moment dat je hier woont, hebben we goed contact”, zegt Cyrianne. “We lachen veel, ook bij de douchebeurten. Als je samen lachend de dag begint, dat geeft het leven kleur.” Wat Cyrianne bijzonder maakt? “Ze is lief en luistert goed”, vindt Tinie. “Ik kan alles bij haar kwijt.” “En ik kan soms mijn hart luchten bij jou”, aldus Cyrianne. “Jij kunt jezelf zijn bij mij, en ik bij jou.” Wel wil ze iets benadrukken. “Ook al hebben we een goede band, ik blijf altijd professioneel. En ik behandel Tinie niet anders dan de andere bewoners.” Speciaal voor het interview kwam Cyrianne op haar vrije dag naar Schoterhof. “Tinies dochter heeft net ons haar gedaan. Zij is toevallig ook mijn kapster.”

Sterke vrouw
Alle bewoners kunnen rekenen op warme aandacht van Cyrianne. “Zeker de mensen die weinig familie hebben of die weinig bezoek krijgen. Want wij willen graag dat elke bewoner een goede dag heeft. Wij zijn er om het laatste stukje van het leven zo mooi mogelijk te maken.” Een levensfase die niet altijd makkelijk is. “Ik weet er alles van”, beaamt Tinie. “Ik kan niet meer voor mezelf zorgen; mijn heupen doen het niet.” Cyrianne: “Ik merk dat je het lastig vindt om te accepteren dat je dingen uit handen moet geven.” Tinie zucht. “Wassen, aankleden, naar het toilet gaan; ik heb overal hulp bij nodig. Gelukkig zorgen ze goed voor me. Maar het blijft lastig. Ik ben niet meer mezelf.” “Tinie was altijd een sterke en zelfstandige vrouw”, weet Cyrianne uit de verhalen. Haar man Peter overleed op zijn 39e. Als jonge weduwe hield Tinie het gezin draaiende. “Ze verdiende de kost als kapster en heeft in haar eentje drie kinderen opgevoed. Dat heeft ze geweldig gedaan. Ze zijn allemaal goed terechtgekomen. En ze lopen de deur bij haar plat.”

Nieuw koffiezetapparaat
Tinie wijst naar een familiefoto op de kast. “Mijn familie is mijn grote trots. Ze doen alles voor me. Ze nemen me mee uit wandelen, een visje eten, winkelen.” “Jouw familie is ook altijd bereid om ons te ondersteunen”, zegt Cyrianne. “In heel Nederland is een tekort aan zorgmedewerkers. Ook wij zitten weleens krap. Dan is het fijn als betrokken familie klaarstaat. Ik heb ook goed contact met jouw dochter.” Dan, tegen de interviewer: “Als Tinies koffiezetapparaat kapot is, stuur ik haar dochter een appje. Een halfuur later staat haar kleinzoon dan op de stoep met een nieuw apparaat.” Al 23 jaar werkt Cyrianne in de zorg. “Ik begon op mijn zestiende. En ik doe het nog altijd met veel plezier. Het lijkt me mooi om me verder te specialiseren in wondzorg.” “Dit werk is je roeping”, vindt Tinie. “Je doet het geweldig.” “Dank je wel”, besluit Cyrianne. “Fijn om te horen. De zorg is een prachtig vak. Ik word elke dag blij van mijn collega’s en de bewoners. Ja, het is soms best zwaar. Maar ik krijg er enorm veel positiviteit voor terug.”

Ben jij, net als Cyrianne, ook enthousiast over werken in de zorg? Bekijk onze openstaande vacatures.