Liesbeth Korving: 40 jaar wijkverpleegkundige!

Eigenlijk wilde Liesbeth Korving het onderwijs in, net als haar vader. Toch werd het de opleiding tot Verpleegkundige A, vooral vanwege het salaris en de kamer in de zusterflat. Zo startte ze als 19-jarige als leerling in de zorg met de intentie te stoppen als ze het niet meer leuk zou vinden. Het is er niet van gekomen. Want dit jaar viert ze haar veertig jarig jubileum als wijkverpleegkundige.

 

‘Die zusterflat halverwege de jaren zeventig was vooral praktisch, want het was vlakbij het ziekenhuis waar ik mijn opleiding begon. Daarna werkte ik in een verpleeghuis en nog weer later, inmiddels gediplomeerd, als ‘verpleegkundige in de wijk’ zoals dat toen heette. Bij de Kruisvereniging voelde ik me gelijk als een vis in het water. Ik bleef er 34 jaar en maakte er zes fusies en het ontstaan van Zorgbalans mee. Mijn laatste functie was die van casemanager van Draagnet. Een soort spin in het web rondom ouderen met dementie. Toen de casemanagers het veld moesten ruimen, solliciteerde ik bij SHDH, de voorloper van Kennemerhart. En daar werk ik nu, op mijn 64ste, nog steeds met veel plezier in de wijk.’

Liesbeth is één van de zestig Verpleegkundigen ouderen (VO) in de regio Kennemerland. Zij werken vanuit Wijkgerichte Zorg, een samenwerkingsverband tussen huisartsen en ouderenzorgorganisaties. Met als doel om de zorg voor thuiswonende kwetsbare ouderen te optimaliseren. De VO is het centrale aanspreekpunt voor de cliënt en heeft een coördinerende rol richting de huisarts, ziekenhuis, thuiszorg en andere paramedische disciplines.  

‘Hoewel ik niet voor de klas kwam te staan, ben ik mijn leven lang met leren bezig geweest. Ik heb zelfs een poging gedaan om naast mijn werk in de zorg, alsnog de deeltijd pabo te doen. Helaas straalde ik op het vak muziek. Ik lag nachten wakker als ik de volgende dag moest voorspelen op de blokfluit. Mijn hbo opleiding maatschappelijke gezondheidszorg haalde ik wél probleemloos. En ook de post hbo opleidingen tot long verpleegkundige en praktijkopleider gingen me goed af. Ik was best trots op mezelf, want ik had toen twee kleuters thuis en werkte er ook nog bij. En nu werk ik alweer 20 jaar in de ouderenzorg.’

Het verschil met Liesbeths werk nu als VO is, dat ze niet meer specifiek werkt met ouderen met dementie, maar ook met ouderen waar andere problematiek speelt, zoals lichamelijke klachten of ouderen die zorg werend zijn.  Als VO staat ze niet ‘aan het bed’. Maar wat ze wél doet, is heel veel praten. Met cliënten, met hun familie, met huisartsen en met andere zorgverleners. Hoewel Liesbeth geen medische handelingen doet is ze als VO BIG geregistreerd en staat ze in het kwaliteitsregister.

‘Mensen denken misschien wel eens dat ik overal maar een beetje koffie drink haha, maar juist tijdens dat koffie drinken gebeurt er veel. Door tussen neus en lippen vragen te stellen, breng ik een situatie in kaart. En door mijn ervaring kan ik goed een afweging maken tussen even afwachten wat er gebeurt, en actie ondernemen. Want wat ik ook geleerd heb, is dat problemen zich soms vanzelf oplossen. Het heeft te maken met mijn onderbuikgevoel waar ik op vertrouw. Een grote uitdaging vind ik het als mensen zorgwerend zijn. En als ik dan uiteindelijk toch iemand mee krijg of familie kan overtuigen, dan heb ik een mooie dag. Wat ik wél lastig vind, is als het gaat om iemand van mijn eigen leeftijd met wie het mis is. Dat kan best confronterend zijn.’

Als één van de vier VO’s bij Kennemerhart is Liesbeth onderdeel van drie wijkteams. Zodra een wijkverpleegkundige of een huisarts merkt dat iemand achteruit gaat, verward is en een niet pluis gevoel krijgt, komt Liesbeth in actie en gaat ze op huisbezoek om bijvoorbeeld samen met een specialist ouderengeneeskunde te kijken of zorg moet worden opgestart. Of door behandelaren in te schakelen zoals fysio’s en ergotherapeuten. Liesbeth heeft ook een direct lijntje met alle vormen van dagbesteding en met Kennemerhart.

‘Ik vind de wijkverpleging anno 2021 moeilijker dan toen ik begon. De thuissituatie is veel complexer geworden, na een ingreep in het ziekenhuis word je snel weer naar huis gestuurd, mensen blijven langer thuis wonen en pas als het echt niet meer gaat, komt het verpleeghuis in beeld. Mensen zijn ook veel mondiger geworden en soms is dat lastig als kinderen iets anders willen dan vader of moeder. Ik kies altijd voor het belang van de cliënt, ga volledig naast ze staan. Wat wél heel fijn is, is dat er nu thuis meer mogelijk is. Zorgtechnologie, alarmeringssystemen en maaltijdvoorzieningen op maat. En Kennemerhart *biedt een heel divers en aantrekkelijk aanbod aan dagbesteding. Vroeger was er alleen tafeltje dekje en dan had je het wel gehad.’

Het mooie van haar vak vindt Liesbeth dat ze een tijdje mag meelopen in het leven van een ander, in een tijd dat die ander het moeilijk heeft, en waarbij ze de kans krijgt om iets voor die ander te kunnen doen. Liesbeth heeft al heel wat verdriet en afscheid ervaren. Haar vak draait immers om mensen voor wie afscheid van het leven steeds dichterbij komt. Ze biedt hen steun door naar ze te luisteren, door hen te helpen accepteren dat het afscheid bij het leven hoort en vooral door hen het gevoel te geven dat ze serieus genomen worden. Dat geldt ook voor de partner en de kinderen. Voor hen kan het iemand verliezen in dementie, ook een afscheid zijn.

‘Voldoening voelde ik toen ik laatst een echtgenoot sprak van een vrouw die was overleden. Ik was betrokken bij haar opname in het verpleeghuis. Het was een lastige situatie met de kinderen geweest.  Toen ze overleden was zei de man dat ik het goed had gedaan. Dat deed me goed want ik vond het best een heftige tijd. Soms ben je bijna therapeutisch bezig. Je komt altijd binnen in een moeilijke situatie en met lastig te nemen beslissingen. Aan de andere kant, dat maakt het werk juist ook heel mooi.  En daarom werk ik nog steeds met veel liefde in de wijk om ouderen te helpen.’

Liesbeth leerde tijdens haar studie maatschappelijke gezondheidszorg ‘breed te kijken’. Ze leerde er dat er ook andere oplossingen zijn, die misschien niet direct voor de hand liggen. Volgens Liesbeth is dit een belangrijk onderdeel van de ouderenzorg. En vooral ook het respect voor een cliënt als er een andere zienswijze is of keuze wordt gemaakt. Door breed te kijken, kun je volgens Liesbeth heel veel van elkaar leren en is er altijd een oplossing te vinden voor een probleem.

Wijkverpleegkundigen hebben gemeen dat ze allemaal “doeners” zijn. Mensen hebben hoge verwachtingen van je en denken dat je de problemen komt oplossen. Maar dat kan niet altijd. Als er relatieproblemen spelen of als één van beiden dementeert en de situatie onhoudbaar wordt. Toch moet je dan als wijkverpleegkundige iets doen. Een cliënt die me bij zal blijven is een meneer waar ik als enige over de vloer kwam, wel zes jaar lang. Zijn familie bemoeide zich niet met hem. Het ging steeds slechter met hem vanwege zijn dementie en omdat hij vervuilde. Hij ging bijvoorbeeld naar de supermarkt en snapte niets van de mondkapjesplicht en dat hij in de rij moest staan. En dan werd ik gebeld door de supermarktmanager om de gemoederen te sussen en uit te leggen dat we bezig waren met een oplossing voor hem, een hele lieve man trouwens. Via een rechtelijke machtiging is hij uiteindelijk opgenomen en dat was best heftig, ook de politie was erbij betrokken. Meneer was behoorlijk ontredderd. Nu wordt hij gelukkig goed verzorgd in één van onze verpleeghuizen en is hij blij en vrolijk.’

Volgens Liesbeth heeft haar werk haar veel opgeleverd. Omdat je leert hoe je ook in het leven kunt staan en dat je niet bang hoeft te zijn voor de dood. Ze weet inmiddels heel goed dat het soms een verlossing kan zijn. De ouderenzorg is daarnaast volgens Liesbeth absoluut niet alleen maar kommer en kwel. Er valt ook veel te lachen.

‘Naast de verdrietige verhalen en soms lastige situaties zie ik ook snel de humor ergens van in. Zoals die dame met haar hondje, een Jack Russel met witte en zwarte vlekken. Ze was aan het dementeren en probeerde de vlekken weg te poetsen met een schuursponsje. Zielig voor het hondje maar gelukkig greep de familie gauw in.

Wat als ik mezelf als 19-jarige een tip zou kunnen geven? Dan zou ik zeggen: ‘Ga absoluut voor de zorg! En dan voor de wijk.  Dat de zelfstandigheid in je werk je veel oplevert omdat je door jouw beslissing en inzicht echt iets voor een ander kan betekenen. En dat het vooral ook een bijzonder vak is omdat je heel veel mensen ontmoet en je de kans krijgt om veel en van anderen te leren.’

Op de woensdagen is Liesbeth tegenwoordig niet meer bezig met het oplossen van ‘ouderenproblemen’. In tegendeel zelfs! Ze buigt zich dan over peuter en kleuter probleempjes want dan heeft ze haar vier kleinkinderen in de leeftijd van één tot zes over de vloer. De oudste helpt ze met knutselen en leert ze nu kwartetten. En zo kan Liesbeth toch haar onderwijsambities nog een beetje kwijt!

Basisarts Rosa gaat voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde

Een koffie to go op woensdag bij Ax op de Kruisstraat is vaste prik. Tussen de bedrijven door loopt Rosa, 29 jaar en basisarts bij Kennemerhart, een rondje met collega’s door de Haarlemse binnenstad. Deze maand start ze met de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

Dat ze in de ouderenzorg zou belanden had Rosa nooit gedacht toen ze haar studie geneeskunde begon. Tijdens haar junior coschap liep ze dan wel een paar dagen mee in een Amsterdams verpleeghuis, maar het onderwerp ouderengeneeskunde kwam de rest van haar studie eigenlijk niet meer aan bod.

Rosa: ‘Als kind wilde ik archeoloog worden. Niets leek me leuker dan mummies opgraven in Egypte. Maar dat plan verzandde, letterlijk en figuurlijk. Geneeskunde was geen bewuste keuze maar meer op basis van intuïtie. Tijdens een kennismakingscollege viel het kwartje. Het artsenvak zou wel eens heel goed bij mij kunnen passen. Ik koos na mijn afstuderen om ervaring op te doen als basisarts op de afdeling chirurgie, ingegeven door de zelfkennis dat ik meer een doener dan een denker ben en omdat het een leuk coschap was geweest. Hier ontdekte ik echter dat de hoge werkdruk, zware diensten en de ziekenhuishiërarchie niet bij mij pasten. Ik besloot een jaar te nemen om uit te zoeken wat dan wel was wat ik zocht. Ik deed onder andere een cursus filosofie, nam contact op met een carrière coach en liep mee met collega-artsen.

Dagje mee in Overspaarne
En zo kwam ik opnieuw in een verpleeghuis terecht en liep ik een dagje mee met een oud-studiegenoot in Overspaarne. Op die meeloopdag viel het me op dat er naast de medische taken ook tijd was voor een praatje, niet alleen met bewoners maar ook met familie. Er was genoeg ruimte om echt contact te maken en oog te hebben voor alle domeinen van de bewoner. En er was zelfs nog tijd voor lunch! Zo kan het dus ook dacht ik bij mezelf.

In Overspaarne viel die dag voor mij alles op z’n plek. Ik zag een hele andere kant van het artsen vak. En in april 2020 werd ik aangenomen als basisarts in de Janskliniek. Al gauw ontdekte ik dat het de allerbeste beslissing was die ik had kunnen nemen.’

Elke dag is net weer anders en de bezigheden zijn enorm divers vertelt Rosa. ‘De dag begint met de overdracht lezen en daarna artsenvisite lopen. Alleen bewoners met een klacht of vraag worden besproken. Andere dagelijkse bezigheden zijn multidisciplinaire overleggen en familiegesprekken. Af en toe is er een RM zitting (rechtelijke machtiging bij een gedwongen opname) waarbij je je juridische vaardigheden kan toepassen. Of er speelt iets op de afdeling waarbij je op organisatorisch vlak samenwerkt met de teamleider. Maar het mooiste aan dit vak vind ik het persoonlijke contact met de bewoners. Mijn voornaamste doel is dat zij nog zoveel mogelijk uit het leven kunnen halen en het einde is ingericht zoals zij dat wensen.’ Dat het leven niet altijd vrolijk is in een verpleeghuis weet Rosa maar al te goed. De begintijd van corona vond ze heftig. Ze zal die ene cliënt die tot het einde tegen corona streed, omdat hij het leven niet los wilde laten, niet gauw vergeten. En ze merkte dat ze er met haar collega’s juist in die zware coronatijd als één team stonden.

Het werken met ouderen moet je volgens Rosa wel een beetje liggen. ‘Humor en creativiteit helpen daarbij. Mensen om mij heen zeggen altijd al dat ik goed ben met oma’s en opa’s. Op verjaardagen zit ik inderdaad al gauw met de aanwezige omaatjes te praten. Ik vind het mooi hun verhalen te horen. Gelukkig heb ik zelf ook nog een oma. Als ik een bewoner tegenkom, vraag ik altijd hoe het gaat. Of ik ga even in de woonkamer zitten voor een praatje. Die contactmomentjes geven me veel voldoening. Een stapje extra zetten om iets goeds voor een ander te doen. Van de week was ik nog bij een bewoner voor wie op dat moment niet haar fysieke klachten de aandacht vroegen, maar het feit dat haar tv het niet meer deed. Haar kon ik op dat moment helpen door de tv aan de praat te krijgen. Ik geniet ook van de activiteiten die georganiseerd worden voor bewoners. Op woensdag is er schilderen in de Janskliniek en dan doe ik als het maar even kan mee. Als er poffertjes moeten worden gebakken, ben ik erbij en als er een opening van een kunstexpositie is, glim ik van trots. Dat creatieve zit ook een beetje in mij. In mijn vrije tijd teken of knutsel ik graag. Ik heb ook een rariteitenkabinet. Met behoorlijk rare dingen, zoals een puppy op sterk water en een berenschedel. Nog raarder zijn misschien wel mijn huisdieren. Naast twee katten, schapen en een geit heb ik ook zogenoemde Australische flappentakken. Van mijn zusje kreeg ik eitjes en daar groeiden behoorlijk angstaanjagende schorpioenachtige wandelende takken uit die graag bramenbladeren eten.

De opleiding in
De ouderenzorg past bij mij. Er is minder hiërarchie dan in de “witte jassen wereld”, de supervisie is laagdrempelig en er is een fijne sfeer. De diensten ervaar ik ook als minder slopend dan in het ziekenhuis. Het multidisciplinair werken met korte lijntjes maakt ons team snel en effectief. Iedereen is toegankelijk, sociaal en bovenal een teamplayer. Artsen die vooral ook duizendpoten zijn. Ze kijken naar de hele mens en niet naar één lichamelijke klacht. Artsen die ook kijken naar iemands welzijn, heel belangrijk voor ouderen. En artsen die respect hebben voor de zorgmedewerkers. Zo kun je als team het verschil maken. Rosa: ‘De kans om in opleiding te komen als specialist ouderengeneeskunde greep ik dan ook met beide handen aan. Een opleidingstraject van drie jaar waarvan ik het eerste jaar in  de Janskliniek en Overspaarne zal doorbrengen. Voor het tweede jaar ga ik het ziekenhuis in en het derde jaar breng ik bij een andere zorgorganisatie door. Wie weet kom ik na mijn opleiding terug bij Kennemerhart, de plek waar ik startte als basisarts. Ik vind het een mooie organisatie en het voelt als een familie, op welke locatie ik ook kom. Ik merk dat iedereen elkaar wil helpen en dezelfde behulpzame instelling heeft.’

Verborgen parel
Het is echt jammer dat er voor studenten geneeskunde nog steeds vooral veel aandacht uitgaat naar de specialismen in een ziekenhuis. Buiten het ziekenhuis, bijvoorbeeld in de ouderenzorg, kun je immers ook je ambities en kwaliteiten kwijt. In mijn ogen is de ouderengeneeskunde een verborgen parel. Als het je ligt om met ouderen te werken en de dynamiek in een verpleeghuis bij je past, dan is het echt de meest fantastische baan die je je als arts kunt wensen. Het is super divers. Bovendien is de ouderenzorg enorm in ontwikkeling. Zoals op het gebied van zorgtechnologie, de zorg rondom complexe (dementie)zorg en de veranderende wensen rondom wonen en welzijn. Er zijn veel opleidingsplaatsen want er is een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde. Studenten geneeskunde zou ik wel willen toeschreeuwen om niet af te gaan op een vooroordeel en een enkele ervaring. Als ik dat had gedaan was ik nooit terechtgekomen op deze plek waar ik me als een vis in het water voel!’ Ga op zoek naar wat echt bij je past, jou voldoening en energie geeft en wat past bij jouw toekomstplannen. En wie weet is dat wel de ouderengeneeskunde!

Pim wordt specialist ouderengeneeskunde

Pim (28) begon na zijn coschappen geneeskunde als basisarts bij Kennemerhart, standplaats De Blinkert. Met veel plezier werd hij daar dé dokter van de bewoners. Pim vindt zijn werk zó leuk, dat hij inmiddels is begonnen met de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde.

Op het VWO dacht Pim aan biologie of iets met techniek. De vader van een vriend, een huisarts, bracht hem op andere gedachten. Pim: ‘Ik was onder de indruk van deze sociale en inspirerende man. En toen ik een vriend van hem sprak, ook huisarts en ook heel wijs, ging ik nadenken over hoe je óók in het leven kunt staan. Met deze mannen als inspirerend voorbeeld ging ik de geneeskunde-opleiding in. Met de volle intentie om ook huisarts te worden.

Tijdens mijn studie vond ik alle vakken interessant. Maar het studentenleven en het op kamers wonen nog nét even meer. Daardoor deed ik een jaar langer over mijn bachelor. Daarnaast had ik ook nog eens vijftien maanden wachttijd voor mijn coschappen waardoor ik later dan gepland met mijn coschappen begon.

Tijdens mijn coschappen in het ziekenhuis vond ik neurologie, gynaecologie en psychologie boeiend.  Maar de hiërarchie, de competitieve sfeer, de afstand tot patiënten en de werkdruk stonden haaks op het beeld dat ik van een arts had. Dat deed me besluiten om definitief niet te gaan voor het ziekenhuis en om te kiezen voor mijn semiartsstage in óf een huisartsenpraktijk óf in een verpleeghuis.  Het werd verpleeghuis Leo Polak in Amsterdam waar ik merkte dat je als coassistent meteen al wat aanzien had. Dat vond ik leuk. Net als de diversiteit aan cliënten en situaties en de betrokken families. Het was totaal niet het beeld dat sommigen hebben van het verpleeghuis, dat je als arts voor ‘die zielige oude mensjes toch niets meer kunt doen’. Ik wist dan ook al snel dat mijn toekomst in de ouderenzorg zou liggen. En dat je als arts juist veel kunt betekenen voor ouderen én voor hun familie. En dat je bovendien van hén heel veel kunt leren over het leven en alles wat daarbij komt kijken.’

Pim solliciteerde na zijn afstuderen bij Kennemerhart. Dat hij een geboren en getogen Haarlemmer is hielp bij die keus. Hij kwam er terecht in een team van tien basisartsen en negen specialisten ouderengeneeskunde en ging aan de slag in De Blinkert. Daar leerde hij zijn klinische blik verder te ontwikkelen.

Pim: ‘Voor een specialist ouderengeneeskunde is het stellen van een diagnose anders dan in een ziekenhuis, waar je eerder toegang hebt tot bijvoorbeeld bloedonderzoek, echo’s en scans. Soms moet je met een minimaal verhaal en lichamelijk onderzoek en op basis van hoe je de cliënt kent, de diagnose stellen. En dat is soms dus een hele puzzel om op lossen, waar je vlieguren voor moet maken. Zeker als het gaat om iemand met dementie waarmee het lastig is om een gesprek te voeren om te begrijpen wat er precies aan de hand is. Een goede ervaren supervisor met wie je regelmatig overlegt, in mijn geval was dat specialist ouderengeneeskunde Arno Krouwels, is voor een basisarts dan ook van onschatbare waarde. Net als de zorgmedewerkers. Zij kennen de bewoners het beste, weten van hun doen en laten en wat belangrijk voor iemand is. Als specialist ouderengeneeskunde is die kennis heel belangrijk. Dat je weet over hoe iemand zich mentaal voelt en wat iemand heeft meegemaakt.  En dat je weet wie de mensen om hem of haar heen zijn. Want het gaat ook heel vaak over existentiële vragen, over het leven en de dood. En over de praktische medische zaken eromheen. Daarom praat je met mensen over hun leven, wat ze belangrijk vinden, wat hun doelen (nog) zijn, en ook over hun kennis en verwachtingen rondom de dood. Je bouwt daardoor een band op, en kunt dan echt iets betekenen in de laatste levensfase. Ik probeer mensen daarin zo goed mogelijk te begeleiden. Als dat proces goed verlopen is dan kan ik het van me af zetten. Maar ik heb ook wel eens op de gang staan huilen, bijvoorbeeld toen een echtpaar afscheid van elkaar moest nemen.  Dat raakte me.

Dat Pim is gestart met de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, betekent dat hij De Blinkert moest verlaten. Tijdens de driejarige specialisatie is hij in dienst van het opleidingsinstituut Gerion.  Pim: ‘Toch blijf ik bij Kennemerhart, want in het eerste jaar werk ik in verpleeghuis A.G. Bodaan, waar ik meer met somatiek te maken krijg. Ik werk dan opnieuw samen met Kennemerhart specialist ouderengeneeskunde Jurriaan Bos die mijn opleider zal zijn. Fijn, want het werken bij Kennemerhart bevalt me goed. Er is een goede sfeer en het onderlinge contact met de artsen, paramedici en het zorgpersoneel is prettig en laagdrempelig. Daarna volgt een jaar ziekenhuis en als afsluiting een jaar bij een andere zorgorganisatie.’

De vriendin van Pim werkt ook in de zorg, ze is in opleiding voor kinderverpleegkundige. Pim: ‘Thuis hebben we het wel over ons werk, maar er is ook nog een leven naast mijn werk. Zo speel ik gitaar, loop ik regelmatig een rondje hard en denk ik op het moment zelf een bordspel uit. Ook speel ik met vrienden het fantasiespel Dungeons and Dragons. Als spelleider bedenk ik verhalen. Voor mij is het een fijne uitlaatklep.

Gouden tip
Voor geneeskundestudenten heeft Pim een gouden tip. ‘Heb je een specialisatie op het oog? Vraag je dan af waarom die bovenaan je lijst staat. Ga niet idealiseren en ga niet alleen maar voor die heldenrol, maar bedenk wat je  belangrijk vindt in het leven. Voor de één is veel geld verdienen belangrijk, voor een ander voldoende ruimte voor vrienden en familie. Wat bij mij past is werken in een fijne sfeer, met tijd en persoonlijke aandacht voor bewoners.

Ik hoop dat ik in staat ben om net zo’n goede band op te bouwen met mijn cliënten als die huisarts en vader van mijn vriend heeft met zijn patiënten. Overigens spreek ik hem nog steeds en vindt hij het leuk dat ik hetzelfde vakgebied heb gekozen. Wel vindt ie het jammer dat ik niet in zijn praktijk ben komen werken.’

Waarom Marcia de carrièreswitch maakte naar verzorgende in de wijk bij Kennemerhart

In mei 2019 startte de Marcia de opleiding ‘zij-instromer in de zorg’. Inmiddels draait ze mee als gediplomeerd wijkverzorgende IG met wijkteam De Duinrand. Ze voelt zich er als een vis in de Zandvoortse zee en heeft nog geen moment spijt gehad van haar overstap. 

Liefde voor de ouderen(zorg)
‘Omdat ik het van jongs af aan al leuk vind met ouderen om te gaan zeiden mijn zusjes wel eens voor de grap ‘Marcia, je moet een oudere in huis nemen, daar word je blij van!’ Tijdens en ook na mijn HBO-opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening had ik dan ook met plezier een bijbaan als voedingsassistent. Hier ontstond mijn liefde voor de ouderenzorg. Daarom ging ik op zoek naar een professionele overstap naar de ouderenzorg.

De welzijnskant leek me het leukst. Het simpelweg blij maken van ouderen. Hun geluk vind ik ontzettend belangrijk. Zij hebben hun best gedaan voor ons en ik kan mij inzetten voor hun geluk om prettig oud te worden. En zo kwam ik begin 2019 terecht op een informatiebijeenkomst over zij-instromen in de zorg. Al op de fiets terug naar huis, besloot ik mijn baan op te zeggen en voor de opleiding te gaan.

De opleiding
Het begin van de opleiding was best wennen. Vanaf dag één draaide ik volop mee en dat was voor mij als theoreticus even schakelen. Ook het leren van verpleegtechnische handelingen, zoals katheteriseren, blaas spoelen en insuline prikken was totaal nieuw. Ik merkte echter al gauw dat niet alleen de welzijnskant me goed lag, maar óók de zorgkant. Wat ik tijdens de opleiding wél jammer vond, was dat het zorgtekort invloed heeft op het begeleiden van leerlingen. En de komst van corona hielp natuurlijk niet. Aan de andere kant kreeg ik de gelegenheid om al gauw iets te kunnen betekenen voor cliënten en collega’s. Dat gevoel heeft bij mij altijd de boventoon gevoerd en in februari 2021 kreeg ik mijn zorgdiploma. Vol passie ben ik dus de zorg ingestapt en die passie heeft me niet meer verlaten.

Thuis in de wijkverpleging
Afgelopen jaar startte ik in de wijkverpleging. Geen bewuste keuze, maar wél het gevolg van een aantal fijne gesprekken met Kennemerhart die me deden besluiten voor deze organisatie en voor de wijkverpleging te gaan. Het is een juiste stap geweest en ik voel me er thuis. Ons wijkteam, allemaal fijne professionals, bestaat uit twee wijkverpleegkundigen, een leerling verpleegkunde niveau 4 een leerling verzorgende IG en zo’n acht verzorgenden. Samen zorgen we voor zo’n 40 thuiswonende cliënten. De werkzaamheden variëren per cliënt. Van steunkousen helpen aantrekken, tot het geven van medicatie, verpleegtechnische handelingen, het voorbereiden van eten, het helpen met douchen en het klaarmaken voor de nacht. Heel belangrijk is de signaalfunctie. Je moet goed kunnen inschatten wanneer er meer of andere hulp of zorg nodig is. Op het juiste moment schakelen, rapporteren en ook goed kunnen overdragen zijn bijvoorbeeld kanten van het zorgvak waar je misschien niet direct aan denkt als je voor dit beroep kiest. Net als de sociale functie rondom het contact met de cliënt, de familie, de mantelzorgers en de omgeving.

Het uitgangspunt is altijd zelfredzaamheid. En cliënten ontzorgen als het zelf niet meer lukt. Ik vind het fijn om te helpen door bijvoorbeeld een afspraak te maken met de pedicure of door medicatie te bestellen. En als er tijd is drink ik graag samen een kopje koffie, want zo leer je elkaar nog beter kennen. Een belangrijke factor voor geluk is eigenwaarde, die probeer ik – en wij als team – altijd centraal te stellen. Net als een beetje humor op z’n tijd én het behouden van de eigen regie. Als ik iemand kan helpen om zich goed te voelen door te douchen, kleding uit te zoeken en het haar te föhnen of te vlechten zijn dat niet alleen mooie momenten voor de cliënt, maar net zo goed voor mij. Ik fiets dan met een grote glimlach door naar de volgende cliënt. Ook als iemand met dementie tóch mijn naam weet word ik blij. Of als ik iemand een beetje heb kunnen opvrolijken. De thuiszorg is dus zoveel meer is dan pillen verstrekken en mensen wassen…Ook de palliatieve zorg hoort erbij. Ik vind het heel mooi om ook daar onderdeel van te zijn. Om mensen het zo comfortabel mogelijk te maken als hun leven ten einde loopt.

Een frisse blik op de ouderenzorg
Overall kan ik na bijna drie jaar in de zorg zeggen dat het écht niet allemaal koek en ei is. Maar dat er ook veel is om van te genieten. En dat het absoluut loont en noodzakelijk is om die zorg blijvend te verbeteren. Met elkaar maar ook individueel. Een houding van ‘zo is het nu eenmaal, zo gaat het al jaren’ is in niemands belang. Wat de ervaren zorgmedewerkers zich niet altijd realiseren, is dat ze een onbetaalbare schat aan kennis en ervaring met zich meedragen. Heel belangrijk om door te geven aan nieuwkomers in de zorg. Zij-instromers die heel bewust kiezen voor de zorg, met vaak al ruime werkervaring vanuit een ander beroep, een nieuwe inbreng en een frisse blik, kunnen hier denk ik een waardevolle bijdrage aan leveren!

Van tandartsassistente naar Verzorgende IG bij Kennemerhart

Debby begon in 2017 als vrijwilligster bij woonzorglocatie Overspaarne van Kennemerhart waar mensen wonen met (vergevorderde) dementie. Ze verloor haar hart aan de bewoners en besloot zich te laten omscholen van tandartsassistente tot Verzorgende IG. Mét de voorwaarde dat ze mocht blijven zorgen voor ‘haar’ bewoners in Overspaarne. En dat kon gelukkig!

 

Debby: ‘Jaren zorgde ik voor mijn zieke vader en zo leerde ik mijn zorghart kennen. Na zijn overlijden en de geboorte van mijn dochter wilde ik wat om handen hebben. Drie keer per week ging ik naar Overspaarne, om samen met een bewoonster Zweedse kruiswoordpuzzels te maken. Hoewel ze de antwoorden vaak wel wist, kon ze deze niet meer invullen. Ik ging steeds meer doen. Zoals koffieschenken en  wandelen met bewoners. En ik verloor mijn hart aan hen en aan de collega’s die ik hier ontmoette. Ik kreeg een contract als Helpende niveau 1. Voor mij was dat ideaal om te ontdekken of ik verder wilde in de zorg. En zo rolde ik de opleiding voor Verzorgende IG in. Het is een BBL opleiding. Dat betekent dat ik nu als leerling een vast contract heb van 27 uur waarvan ik één dag per week naar het NOVA college ga.

Geen dag hetzelfde
Ik werk op een afdeling met zware PG problematiek (vergevorderde dementie). Voor mij is dat een bewuste keuze. Er is niets mooiers dan als ik bewoners aan het lachen krijg. En als er verdriet of boosheid is, probeer ik erachter te komen waarom dat zo is. Soms komt het door pijn, zoals een blaasontsteking. En dan kan medicatie helpen. Of er speelt wat uit het verleden. Er is bijvoorbeeld een mevrouw die soms met dingen gooit. Dat komt omdat ze vroeger een ernstig ongeluk heeft meegemaakt en dat beleeft ze elke keer weer. Door een arm om haar heen te slaan of haar hand te pakken, wordt ze vaak weer rustig. Betuttelen of bewoners als kleine kinderen behandelen doe ik nooit. Bewoners voelen haarfijn aan als je ze niet serieus neemt. Probleemgedrag komt ook voor. De trainingen, bijvoorbeeld omgaan met agressie, vind ik heel interessant. Toen ik net startte, was er een nogal forse dame die haar servet opat. Ik vond het best intimiderend en dacht even ‘waar ben ik beland?’. Ik durfde de servet niet uit haar mond te halen. En vond het heel spannend toen ik haar even later ging helpen met douchen. Al gauw bleek dat ze echt enorm lief en zachtaardig was. Ze kan alleen niet meer praten en dat is voor haar frustrerend. Dat snap ik heel goed.

Elke dag is anders. Want we bewegen met de bewoners mee. Soms is iedereen al om 9 uur op. En soms druppelen pas rond 12 uur de eerste bewoners de huiskamer binnen. Van de lunch maak ik altijd een feestje. Met een lekkere uitsmijter, of een tosti en een fruitschaaltje. In de middag gaan sommige bewoners rusten. Anderen vinden het leuk om mee te doen met een welzijnsactiviteit, of ze gaan mee naar buiten. Zoals bewoonster Annie die graag mee gaat om te wandelen met één van mijn vier hondjes. Omdat ik om de hoek woon, haal ik er vaak eentje op. Toen ik een nestje had vonden bewoners dat ook heel leuk!

Spijt
Ik heb spijt dat ik niet 20 jaar eerder begonnen ben met dit werk. Ik ben er zo aan verknocht, dat ik tijdens vakanties ook vaak aan bewoners denk, hoe het met ze gaat. Soms is het schrikken bij terugkomst. Dan merk je hoe snel mensen achteruit kunnen gaan. Vooral corona heeft een grote impact. Laatst overleed een bewoner, een leuke man die helaas door corona geveld werd.  Hij noemde mij nooit Debby maar altijd bij de naam van zijn dochter. Mijn collega’s gingen me ook zo noemen. Ik ben naar zijn begrafenis geweest en ben die avond bewust hard gaan sporten om mijn gedachten te verzetten. Mijn elfjarige dochter snapte er niets van want normaal ga ik nooit ’s avonds naar de sportschool. De volgende dag was ik weer Debby voor iedereen. Ik moest echt even de knop omzetten, want zijn overlijden had me diep geraakt. Als ik na een werkdag naar huis ga, en ik krijg een handkus, of iemand zwaait me na, dan voel ik me goed. Ook de vraag ‘ga je nu al weg?’ aan het einde van mijn dienst betekent voor mij dat ik het goed heb gedaan. En als ik met collega’s de dag goed afsluit, ga ik met een grote glimlach naar huis.

Mijn advies aan mensen die twijfelen of de zorg iets voor hen is? Kom langs om sfeer te proeven. En luister naar je hart! Wil je net als ik op een PG afdeling gaan werken? Vraag je dan af of je voldoende feeling hebt met deze groep mensen. Want bewoners voelen aan of je er echt voor ze bent. Dat stukje gevoel is vaak het laatste dat ze nog hebben. Dat de zorg niet het best betaalde beroep is weet ik als geen ander. In vergelijking met mijn vorige baan als tandartsassistente heb ik moeten inleveren. Maar mijn hart ligt hier, in Overspaarne. En daar kan wat mij betreft geen geld tegenop!

Waarom huishoudelijke hulp Henny zo van haar werk houdt

Henny werkt als huishoudelijke hulp bij Kennemerhart. Alle cliënten bij wie ze over de vloer komt zijn haar even lief. Zoals bij mevrouw Bruns-Amrane uit Heemstede. De verrassing was groot toen mevrouw die eerste keer de voordeur voor Henny opendeed; ze bleken jarenlang bij elkaar in dezelfde wijk te hebben gewoond en kenden elkaar van het uitlaten van de hond. Tegenwoordig helpt Henny haar voormalige buurtbewoonster om haar gezellige benedenwoning met veel boeken en afbeeldingen schoon te houden. Henny stofzuigt, dweilt, verschoont het bed, strijkt en lapt de ramen. Terwijl mevrouw zorgt voor de koffie en de stofdoek ter hand neemt. Na twee uur ziet het huis er weer tip top uit én is er heel wat uitgewisseld over en weer. Een fijne samenwerking waar beiden heel tevreden over zijn!

 

Henny is één van de bijna 200 huishoudelijke medewerkers van Kennemerhart. Zij ondersteunen thuiswonende cliënten in Zuid-Kennemerland en de Haarlemmermeer. In de praktijk is dat veel meer dan alleen schoonmaken. Ze hebben aandacht voor eenzaamheid, brengen wat gezelligheid met zich mee, kunnen clienten attenderen op bijvoorbeeld een ontmoetingscentrum en bij een ‘niet pluis gevoel’ signaleren ze dit. Ze vormen dus een belangrijke spil in het welzijn van de client. En zorgen er op die manier voor dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

Aanvraag huishoudelijke hulp

Ouderen kunnen een beroep doen op huishoudelijke hulp door een WMO indicatie bij hun gemeente aan te vragen. Dat kan via het zogenoemde WMO loket van de gemeente waar men woont (te vinden op de website van de betreffende gemeente of door te bellen met de gemeente). Cliënten betalen een eigen bijdrage per maand, de invulling van het aantal uren wordt per gemeente bepaald. Na de indicatie volgt een intake met de cliënt.

Uit de hoeveelheid aanvragen blijkt dat er veel behoefte is aan huishoudelijke ondersteuning. Voor Kennemerhart is het een uitdaging om aan die vraag te voldoen. Mét medewerkers die nét dat beetje extra kunnen bieden. Want als huishoudelijke hulp kun je écht van betekenis zijn. Dat kan Henny volmondig beamen. ‘Ik was laatst al vroeg bij een cliënt. Ik had direct door dat het niet lekker ging en heb, nadat meneer over pijn in de borst klaagde, mijn begeleider en de ambulance gebeld. Ik kon nog net een tasje met persoonlijke spulletjes en een medicijnenlijst meegeven. En van de bijna 100jarige zus van een andere cliënt, een lieve meneer voor wie ik na een ziekenhuisopname een tijd lang de was deed, kreeg ik na zijn overlijden een hartverwarmende bedankbrief.’

Belangrijke schakel in de zorg

Een vaste aanstelling als medewerker huishoudelijke ondersteuning bij Kennemerhart heeft veel voordelen. Je hoeft niks te regelen, krijgt een rooster, vakantiegeld, bij ziekte word je doorbetaald, je bent verzekerd én je bent een belangrijke schakel in de zorg voor ouderen. En als je hulp nodig hebt, is er een groot vangnet want er staat altijd iemand achter je. Vooral ook voor jongeren vanaf 18 jaar is het werken als huishoudelijke hulp geschikt. Voor studenten die een medische opleiding doen of leren voor maatschappelijk werk, is het een goede aanvulling op het CV.

Henny: ‘Ik heb echt een mooie baan. Behalve dat ik huishoudelijke klusjes leuk vind om te doen, heb ik er plezier in om ouderen een fijne dag te bezorgen. Daar is echt niet veel voor nodig. Gewoon een luisterend oor en een beetje aandacht. Ik probeer cliënten altijd te stimuleren om te helpen, om op te staan en om in beweging te blijven. En het is eigenlijk altijd gezellig! Als ik zelf straks oud ben, hoop ik ook goede hulp te krijgen zodat ik zolang mogelijk in mijn eigen huis kan blijven wonen. Net zoals mevrouw Bruns-Amrane!’

Vacature huishoudelijke ondersteuning

Duert Hartenberg: de eerste ‘PA’ van Kennemerhart

Een Physician Assistent (PA) is een BIG-geregistreerde medische zorgprofessional die zelfstandig geneeskundige zorg biedt binnen het medisch specialisme. Bij Kennemerhart doet de PA dit in samenwerking met de specialist ouderengeneeskunde en het behandelteam.

 

Als fysiotherapeut in Overspaarne, Schoterhof, De Rijp en de Janskliniek leerde Duert Hartenberg (35) de ouderenzorg goed kennen. Inmiddels is hij afgestudeerd PA. Dat het een nog redelijk onbekend beroep is weet Duert als geen ander. Want veel mensen hebben geen idee wat een PA eigenlijk doet. De achtergrond vertelt hij dan ook regelmatig. ‘PA is een van origine Amerikaanse functie en deze ontstond na de Tweede Wereldoorlog toen er een groot tekort was aan medisch personeel. De behoefte ontstond om de basistaken van een arts over te hevelen naar een medisch geschoolde collega, zodat de arts zich kon richten op specialistische zorg.’ Wat niet helpend is, is dat er nog geen Nederlandse benaming is vastgesteld voor de Physician Assistent, vertelt Duert. ‘Hbo-arts, Paramedisch arts en Assistent-arts zijn titels die bij beroepsvereniging NAPA (Nederlandse Assiocation Physician Assistents) de revue passeerden maar geen van allen dekken vooralsnog de lading.’

De artsentaken van de PA
Je kunt PA worden als je een afgeronde paramedische Hbo opleiding én minstens twee jaar werkervaring in de zorg hebt. Na een 2 ½ jarige opleiding is de gediplomeerd PA bevoegd om zo’n 90 procent van de artstaken uit te voeren. Zoals het uitvoeren van lichamelijk onderzoek, diagnoses en behandelplannen (op)stellen, medisch technische handelingen verrichten, (beperkt complexe) operaties doen, protocollen (mee)ontwikkelen en medicatie voorschrijven. Het enige dat een PA niet mag doen is de officiële vaststelling van een overlijden. Het vak PA is inmiddels redelijk ingeburgerd, vertelt Duert. Zo zijn er in ons land ruim 3000 PA’s gediplomeerd aan het werk, bijvoorbeeld in ziekenhuizen, huisartspraktijken en in de (ouderen)zorg.

Ziekenhuisstages en wetenschappelijk onderzoek
De weg naar PA was voor Duert een logische. ‘Na mijn HAVO volgde ik de Hbo opleiding fysiotherapie en ging ik aan de slag. Maar na verloop van tijd miste ik de uitdaging. Een stagiair vertelde over de master-hbo opleiding PA. Ik vond het direct interessant! Specialist Ouderengeneeskunde Erik Musch bracht het balletje aan het rollen voor een opleidingsplek bij Kennemerhart. Dat je die hebt, is namelijk een voorwaarde om te starten. Specialist Ouderengeneeskunde Marieke Groenendijk werd mijn opleider. Ze nam me letterlijk bij de hand en gaf me veel vrijheid. Het was een leuk maar intensief traject. Grotendeels ‘on the job’, met stages bij onder andere het Spaarne Gasthuis, het Dijklander Ziekenhuis en het Zaans Medisch Centrum. Ook wetenschappelijk onderzoek was onderdeel. Ik onderzocht welke ziekte/aandoening de grootste invloed heeft op ligduur en herstel. Het waren tropenjaren maar dankzij de steun en support van mijn thuisfront heb ik de opleiding met goed gevolg afgerond.

Groot compliment
Dit voorjaar ging Duert in zijn nieuwe functie aan de slag op de revalidatie-afdeling in de Janskliniek. ‘Op medisch gebied ben ik het aanspreekpunt. Je kunt het vergelijken met de zaalarts in een ziekenhuis. Meestal word ik dan ook aangesproken als ‘dokter’. Ik ben de ‘PA-pionier’ binnen Kennemerhart en werd direct breed ingezet. Ziekenhuizen kunnen dat nog wel eens anders doen door PA’s alleen intakes en beperkte werkzaamheden te laten uitvoeren. Ik realiseer me dat artsen die een lange universitaire studie achter de rug hebben, kritisch kunnen zijn ten opzichte van een PA. Maar mijn ervaring is dat de artsen binnen Kennemerhart positief zijn en de meerwaarde van een PA in het behandelteam inzien. Dat ik al ruime ervaring in de ouderenzorg heb helpt daar zeker bij. Ik zie het bovendien als een groot compliment dat er inmiddels nog twee PA’s in opleiding zijn bij Kennemerhart!’

Duert begint zijn dag, zijn rode tas met doktersinstrumentarium standaard om zijn schouder, met het lezen van de overdracht. Na overleg met de verpleging gaat hij de afdeling op om een ronde langs alle cliënten te doen. Hij heeft veelvuldig contact met het ziekenhuis, voert gesprekken over het revalidatieproces en er zijn altijd opnames (bijvoorbeeld via CAZHEM) en het ontslag van cliënten.

Mooi werk
Duert: ‘Ik heb mooi werk. De sfeer is goed, er is veel collegialiteit en de lijntjes zijn kort. Als ik tegen een complex probleem aanloop, zijn collega’s altijd bereid te helpen. Ik heb het vertrouwen gekregen om verantwoordelijkheid te dragen. En hoewel ik nu als PA in alle takken van de gezondheidszorg terecht kan, ligt mijn hart nog altijd bij de ouderenzorg en de basale levensvragen die ermee samenhangen. Behalve de uitdaging door de complexiteit van ziektebeelden, leer ik veel van mijn cliënten die het leven grotendeels al hebben doorgemaakt. De wijste les kreeg ik onlangs van een cliënt die een maand voor zijn overlijden nog onbezorgd en onwetend over uitgezaaide kanker, 40 kilometer over de Veluwe fietste. Carpe diem!’

Zijn werkervaring als fysiotherapeut in De Rijp bracht Duert overigens nog veel meer moois! Hij ontmoette er zijn vrouw Debbie (Verzorgende IG op woonzorglocatie De Rijp) met wie hij inmiddels een dochtertje en zoontje heeft.

Marijke Bol is teamleider behandeldienst bij Kennemerhart. ‘De PA is de perfecte combinatie van professionaliteit en continuïteit. Voor ons artsenteam is gebleken dat de inzet van een PA een prachtige en waardevolle aanvulling is om goede kwaliteit van zorg te kunnen blijven geven aan onze cliënten.’

Het Afrikaanse dubbelleven van specialist ouderengeneeskunde Adrienne

Specialist Ouderengeneeskunde Adrienne Rouleau werkt sinds 2002 voor Kennemerhart. Als dokter van thuiswonende ouderen biedt ze zorg aan huis, kriskras door Haarlem. Een paar keer per jaar voert haar werk haar ver over de stadsgrenzen heen. Dan gaat ze naar Kenia voor haar stichting de Health Yetu Foundation, om mensen in afgelegen gebieden medische zorg te geven.

 

Als zesjarig meisje wilde Adrienne al kinderen beter maken in Afrika. In eerste instantie koos ze dan ook voor tropengeneeskunde. Maar een stage in Kenia verliep anders dan gepland vanwege papieren die niet op orde waren; een veel voorkomend probleem als je als buitenlandse arts naar Afrika gaat. Vele jaren later, toen ze al lang specialist ouderengeneeskunde was, bezocht ze Afrika opnieuw. Haar goede vriend Doeke Hekstra had veel contacten in Kenia. Samen besloten ze een stichting op te zetten voor duurzame medische hulp in afgelegen gebieden met als belangrijkste pijlers; samenwerking, consistentie en flexibiliteit. Een zorgvuldig opgebouwd netwerk met lokale partners zorgde ervoor dat de plannen in een stroomversnelling kwamen. En zo werkt de stichting sinds 2019 samen met lokale partijen als Mp Shah Hospital, Lyons Sightfirst eye hospital, Safari Doctors, Chat (Community Health Africa Trust), de Big Life foundation en RAE Charitable Trust. Inmiddels heeft de stichting vanuit Nederland toegewijde artsen en studenten die betrokken zijn. Adrienne reist zo’n twee tot drie keer per jaar naar Kenia. Adrienne betrekt ook haar kinderen in de stichting.  Ze hoopt dat ze het stokje later van haar overnemen.

Niet geven maar delen

Het motto van de stichting is niet geven, maar delen. Volgens haar een succesformule om samen met lokale partijen gezondheidszorg daar te brengen waar het niet beschikbaar is. ‘Ondertussen bestaat de stichting uit een heel team van artsen en studenten die hun tijd en kennis willen delen. Zo waren we afgelopen jaar een maand lang op pad met een karavaan kamelen naar een afgelegen nomaden nederzettingen in het momenteel door ernstige droogte geteisterde Noorden van Kenia (Samburu & Turkana regio). We trokken om de dag naar een andere plek om stammen te bezoeken of waar we wisten dat er mensen zouden wonen. Dan vertelden we dat we er de volgende dag zouden zijn om spreekuur te houden. Het leven is tijdens zo’n reis heel basic. Slapen in de open lucht, geen bereik, geen stromend water en we maken zelf vuur. Tijdens die maand hebben we veel mensen bereikt en veel kunnen doen. Met ons team van artsen Dr. Jan Stoot (Zuyderland Medisch Centrum), Dr. Willem Boellaard (Erasmus MC) en Professor Dr. Inne Borel Rinkes (UMC) deden we tot wel 200 patiënt behandelingen per dag. Onder de behandelingen verstaan we ook helpen met familieplanning door anticonceptie te geven en het behandelen van oog- en longproblemen. Juist omdat we met lokale organisaties en mensen vanuit de communities werken, is het vertrouwen snel gewonnen. Grote hulde aan hen, want zij plaveien het pad voor ons. En wij kunnen op onze beurt hen weer opleiden om onderwijs te geven over health care, over hygiëne en bijvoorbeeld over vaccinatiezorg. Wat ons helpt om snel geaccepteerd te worden als ik bijvoorbeeld een stam bezoek, is dat we geen toeristen zijn. We leven en werken mee tussen de lokale mensen, waaronder ook ambtenaren van het Ministerie van Gezondheidszorg in Kenia, die heel veel voor ons doen om te helpen.

Slangen en brandwonden

Eén van de projecten die we ondersteunen is een slangenbeten- en brandwondencentrum in het Baringo district. We ondersteunen er een vrouw die een product heeft ontwikkeld dat bestaat uit vaseline en antibiotica. Elke dag komen mensen naar haar toe, zoals slachtoffers van slangenbeten en huiselijk geweld of kinderen die in de hete melk zijn gevallen. Ze heeft een engelengeduld en behandelt mensen net zolang totdat de wond genezen is. Ik probeer haar altijd te bezoeken en een paar dagen te helpen als ik in Kenia ben. En soms stuurt ze mij foto’s met de vraag om een behandeladvies. Via de foundation hebben we onlangs een levensreddende huidtransplantatie kunnen bekostigen voor een vrouw die door haar man met hete olie was overgoten. Door de transplantatie kreeg ze haar leven weer op de rit. Ik bezocht haar na de behandelingen zelf en zag een prachtige trotse vrouw met haar oma, moeder en dochter.

Niks is fout

Een belangrijke samenwerkingspartner is het Mp Shah Hospital ziekenhuis en Lions Sightfirst eye hospital in Nairobi. Zij helpen ons aan de benodigde medische licenties om in Afrika te kunnen werken. Het plan is om dit jaar met een team in hun ziekenhuis operaties uit te voeren en onderwijs te geven. De lokale medische zorg, met name in de bush waar praktisch geen dokters zijn, verschilt enorm met die van ons. En soms is het frustrerend om te merken dat er werkelijk voor alles antibiotica wordt voorgeschreven. We zullen echter nooit zeggen dat er foute dingen gebeuren. Want als we weg zijn dan doen ze het toch weer op hun eigen manier. Wél pijlen we voorzichtig of ze open staan voor andere ideeën en doen we voor hoe ze het óók kunnen doen. We komen geregeld dingen tegen die je in ons land niet ziet. Zoals een vrouw met een enorme tumor die we in Nederland allang zouden hebben verholpen. Of een kindje met een waterhoofd waar in Nederland hele goede behandelmethoden voor zijn, maar daar dus niet. De chirurgen in ons team hebben spullen mee om kleine operaties te kunnen doen, zoals bultjes weghalen of doornen in de huid die zijn gaan ontsteken. En soms kunnen we gewoon niet meer doen dan pijn bestrijden.

Ouderenzorg in Kenia

In tegenstelling tot Nederland, is er in Kenia praktisch geen ouderenzorg. Dat komt ook omdat er relatief minder oude mensen wonen. Ouderen worden gerespecteerd, ook als ze een beetje anders of ‘gek’ doen. De diagnoses dementie wordt dan ook niet gauw gesteld. En al helemaal niet in de bush in de afgelegen gebieden. Het ACG (Advanced Care Gesprek) kennen ze niet in Kenia; praten over de laatste levensfase en de dood die erop volgt gebeurt gewoon niet. Toch zijn er ook overeenkomsten met de ouderenzorg in Nederland. Als SO leer je immers om met weinig middelen het doktersvak uit te oefenen. Daar waar je in het ziekenhuis maar met je vingers hoeft te knippen voor een labuitslag, een ct of een mri, moet je in de ouderenzorg in eerste instantie vertrouwen op je stethoscoop en je zintuigen. Die kennis en ervaring komen mij van pas in de Keniaanse bush. Een grote wens is het opzetten van een kleine polikliniek voor ouderen waarbij ook cognitieve diagnostiek kan worden gedaan en eerste lijnszorg bij mensen thuis. Het staat nog in de kinderschoenen maar ik zou het dolgraag op de kaart zetten.

Het mooie van het werken in Kenia vind de specialist ouderengeneeskunde de vriendelijke mensen. Je ziet veel blije gezichten en je kunt als arts al gauw iets betekenen. We realiseren ons terdege dat onze acties soms druppels op een gloeiende plaat zijn. Maar als we, door bijvoorbeeld het voor elkaar krijgen van een ander geneesmiddelengebruik, kunnen voorkomen dat er één kind gehandicapt ter wereld komt, is dat al winst. Wat ik meeneem vanuit Kenia naar Kennemerhart is de instelling om het leven te nemen zoals het is. De ontspannenheid. De acceptatie dat je weet wat je nu hebt, maar dat het morgen ook heel anders kan zijn. Als ik na een reis weer in Nederland ben probeer ik het ‘leven in het nu’ zolang mogelijk vast te houden. Het geeft me rust en helpt me te concentreren. En me niet druk te maken over alle dingen die nog moeten.

Onschatbare waarde

Ik vind het heel fijn dat Kennemerhart de meerwaarde ziet van het werk waaraan ik veel van mijn overuren als specialist ouderengeneeskunde besteed. De interesse die wordt getoond door mijn collega’s is heel fijn, net als de flexibiliteit die ik krijg om af en toe voor langere tijd naar Kenia te kunnen gaan. Mijn kennis en ervaring die ik via Kennemerhart heb opgedaan is daarbij van onschatbare waarde. Hoe mooi zou het zijn als we in de toekomst een uitwisseling zouden kunnen organiseren, om onze expertise en geriatrische zorg te kunnen delen met de mensen daar!’

Meer informatie over de stichting van Adrienne vind je via www.healthyetufoundation.com

Zonder diploma de zorg in: dat kan als huishoudelijke hulp bij Kennemerhart!

Dat je ongediplomeerd goed carrière kunt maken in de zorg weet Ria Wensing (53 jaar) als geen ander. Gestart als huishoudelijke hulp zonder middelbareschooldiploma, maakt ze nu als helpende plus, mét bijbehorend zorgdiploma op zak, hét verschil voor kwetsbare ouderen. 

 

Na jarenlang los vaste baantjes op allerlei terreinen, begon Ria haar loopbaan in de zorg bij Kennemerhart. ‘Ik wilde graag een vaste baan’ vertelt Ria. ‘Met een salaris volgens een cao, de opbouw van pensioen én doorbetaling in geval van ziekte. Bij Kennemerhart kon ik, ondanks dat ik geen diploma’s had, aan de slag met een vast contract in de huishouding. Een gouden greep, want het werk vond ik direct ontzettend leuk. Aan schoonmaken heb ik nooit een hekel gehad. Dat je snel al resultaat ziet, zeker als mensen zelf niet meer goed voor hun huishouden kunnen zorgen, vind ik fijn. Dat, in combinatie met dat ik echt iets voor anderen kan betekenen, maakte mijn werk direct mooi. Het gaf mij een voldaan gevoel dat ik nét even het verschil kon maken door alleen al iemands verhaal te horen of een boodschapje te doen. En vaak ontstond er al gauw een vertrouwensband, voor mij een groot compliment. Net als de waardering voor mijn werk, in de vorm van een verjaardagkaartje, een aardigheidje rond de feestdagen of gewoon een grote glimlach.’

Belangrijke schakel in de zorg
Ria leerde veel als huishoudelijke hulp. Bijvoorbeeld dat het leggen van contact haar makkelijk afging en dat ze haar werk goed kon combineren met de zorg voor haar twee zonen. En dat de huishouding zo ontzettend veel meer is dan schoonmaken. ‘Als huishoudelijke hulp heb je, naast je huishoudelijke taken, ook een signaalfunctie. Als je merkt dat het even niet goed gaat met iemand, dan schakel je je zorgcollega’s of de huisarts in. Ook omgaan met mensen die eenzaam en verdrietig zijn, bijvoorbeeld na verlies van een partner, heb ik geleerd. Door wat afleiding te bieden, belangstelling te tonen of samen een kopje koffie te drinken. Als huishoudelijke hulp ben je dus best een belangrijke schakel in de zorg.’

Verder leren in de zorg
Ria besloot de ouderenzorg verder te ontdekken en solliciteerde intern als kookhulp bij woonzorglocatie Overspaarne. Met haar ervaring in de huishouding werd ze er direct aangenomen. En toen ze de kans kreeg om te gaan voor het diploma helpende plus, greep ze die met beide handen aan. ‘De opleiding ging me goed af. En mijn werk als huishoudelijke hulp kwam daarbij goed van pas. Ik was best onzeker in het begin…’Kan ik het wel?’. Ik was dan ook heel trots en blij toen ik het papiertje in handen had. Dat het bij mijn afstuderen wat anders ging vanwege corona, en dat het diploma niet persoonlijk uitgereikt werd, maar per post werd bezorgd, deed daar niet aan af.’

In vaste dienst bij Kennemerhart als huishoudelijke hulp was voor Ria dus een schot in de roos. ‘Ik raad het anderen graag aan! Want hoe fijn is het als flexibiliteit, afwisseling, sociale contacten, vertrouwen, waardering, vrij op zaterdag, zon- en feestdagen én zinvol bezig zijn samenkomen in je werk. Met ook nog eens een werkgever die, als je ervoor open staat, wil investeren in jouw toekomst door je de kans te geven een zorgdiploma te halen en verder te groeien!’